Grondbeginselen voor het opstellen van de jaarrekening

Grondbeginselen voor het opstellen van de jaarrekening

De grondbeginselen voor het opstellen van de jaarrekening zijn afkomstig van uit de RJ, ook wel het “stramien” genoemd. Het stramien gaat uit van twee grondbeginselen.

RJ 930.22

Het toerekeningsbeginsel

Het toerekeningsbeginsel betekent dat transacties niet verwerkt worden op moment dat de geldmiddelen worden ontvangen of betaald maar op het moment dat de transactie wordt gesloten of de gebeurtenis zich voordoet. Op deze manier worden transacties verwerkt in de periode waarop deze betrekking heeft. Er wordt dus in de jaarrekening niet alleen rekening gehouden met afgeronde transacties in het boekjaar maar ook met nog af te ronden transactie (vorderingen en schulden). Het toepassen van het toerekeningsbeginsel geeft een beter inzicht in de aard en omvang van de activiteiten en de resultaten die gedurende het jaar hebben plaatsgevonden.

RJ 930.23

Het continuïteitsbeginsel

Het continuïteitsbeginsel betekent dat bij het opstellen van de jaarrekening wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de continuïteit van de organisatie gewaarborgd is. Er wordt uitgegaan van het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten. Er is in de toekomst voor zover te overzien, geen voornemen of noodzaak om de organisatie te liquideren of de omvang van de activiteiten fors te beperken. Indien niet voldaan is aan de continuïteitsveronderstelling, is er de noodzaak om andere waarderings- resultaatsbepalingsgrondslagen toe te passen. Dit betekent in de praktijk dat er een lagere waardering in de jaarrekening tot stand komt.

 

Afgezien van de twee grondbeginselen zijn er vier beginselen die toegepast dienen te worden.

  • Het realisatiebeginsel
  • Het voorzichtigheidsbeginsel
  • Het matchingbeginsel
  • Het bestendigheidsbeginsel
artikel 2:384 lid 2.

Realisatiebeginsel en voorzichtigheidsbeginsel

Deze beginselen zijn opgenomen in artikel 2:384 lid 2.

Bij de toepassing van de grondslagen wordt voorzichtigheid betracht. Winsten worden slechts opgenomen, voor zover zij op de balansdatum zijn verwezenlijkt. Verplichtingen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar, worden in acht genomen, indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening zijn bekend geworden. Voorzienbare verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar kunnen in acht worden genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Matchingprincipe

Het matchingbeginsel betekent dat de kosten en opbrengsten gerelateerd aan dezelfde transactie of gebeurtenis in dezelfde periode verwerkt worden in de winst- en verliesrekening. De kosten worden verwerkt op het moment dat de baten (het geld verdienen) zijn gerealiseerd.

Bestendigheidsprincipe

De bestendigheid is te verdelen in gelijktijdige en volgtijdige bestendigheid.

Gelijktijdige stelselmatigheid: Voor de gelijksoortige activa worden dezelfde grondslagen toegepast.

Voltijdige stelselmatigheid: Art. 2:384 lid 6: Slechts wegens gegronde redenen mogen de waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande boekjaar zijn toegepast Art. 2:363 lid 4: De indeling van de balans en van de winst- en verliesrekening mag slechts wegens gegronde redenen afwijken van die van het voorafgaande jaar.

Kwalitatieve kenmerken van de jaarrekening

Volgens het stramien van de RJ zijn er onder andere de volgende kwaliteitskenmerken van de jaarrekening:

  • Begrijpelijkheid
  • Vergelijkbaarheid
  • Relevantie
  • Betrouwbaarheid

Begrijpelijkheid jaarrekening

De informatie in de jaarrekening dienst begrijpelijk te zijn voor de gebruiker van de jaarrekening. Er mag worden uitgegaan van een gebruiker met enige kennis van verslaggeving en het bedrijfsleven. Daarnaast mag er uitgegaan worden dat de gebruiker de tijd neemt om de jaarrekening te bestuderen.

Vergelijkbaarheid jaarrekening

De jaarrekening moet vergelijkbaar zijn met andere organisatie. Er dient gerapporteerd te worden zoals gebruikelijk is binnen een bepaalde branche/sector.

Relevantie jaarrekening

De informatie in de jaarrekening moet relevant zijn. Dit betekent dat de gebruiker, vroegere, huidige en toekomstige gebeurtenissen kan beoordelen. De informatie moet bruikbaar zijn om economische beslissingen te kunnen nemen. Informatie kan relevant zijn naar aard of naar omvang van de informatie. Een voorbeeld van informatie in de jaarrekening die relevant is naar aard is de bestuurdersbeloning of accountants fee. Informatie in de jaarrekening is materieel (relevant) indien het weglaten of onjuist weergeven van de informatie kan leiden tot een andere beslissing van de gebruiker van de jaarrekening. De materialiteit is per jaarrekening anders en moet per jaarrekening bepaald worden.

Indien informatie strijdig is tussen de begrijpelijkheid en relevantie, dan weegt de relevantie zwaarder. Het kan zijn dat informatie dermate complex is dat dit de begrijpelijk niet ten goede kan komen, terwijl het wel relevante informatie is. De informatie moet dan wel worden opgenomen in de jaarrekening. Complexe informatie kan bijvoorbeeld zijn, die van financiële instrumenten. Vanzelfsprekend dient de informatie omtrent financiële instrumenten voor zover mogelijk, begrijpelijk te worden opgenomen in de jaarrekening.

Betrouwbaarheid jaarrekening

De jaarrekening dient betrouwbaar te zijn. Dit betekent dat in de jaarrekening geen onjuistheden of vooroordelen bevat. De gebruiker moet kunnen uitgaan van een getrouwe weergave. Rekening gehouden dient te worden met het feit dat er geen absolute betrouwbaarheid mogelijk is. Door de schattingsposten in de jaarrekening is deze absolute betrouwbaarheid niet te behalen.

De debiteuren is een voorbeeld van een jaarrekeningpost die in mindere mate betrouwbaar is vast te stellen. De openstaande debiteuren zijn een relatief harde post, echter de voorziening die in minder gebracht wordt op debiteuren zijn zachter. Dit is veroorzaakt doordat de toekomst onzeker is.

Betrouwbaarheid kan verdeeld worden in:

  • Onpartijdigheid
  • Voorzichtigheid
  • Volledigheid
  • Economische realiteit vs juridische vorm

 

Onpartijdigheid: De informatie moet zonder vooringenomenheid worden weergegeven. Er is sprake van partijdigheid indien de opsteller van de jaarrekening beslist informatie wel of niet op te nemen, met als doel de beslissing van de gebruiker van de jaarrekening te beïnvloeden.

Voorzichtigheid: Er moet zoveel mogelijk onzekere informatie vermeden worden. De activa en baten moeten niet te hoog, en de schulden en kosten niet te laag worden weergegeven. Dit betekent niet dat de jaarrekening (zeer) negatief moet worden opgesteld.

Volledigheid: Alle informatie moet worden opgenomen.

Economische realiteit vs juridische vorm: De economische realiteit gaat boven de juridische vorm. Dit betekent dat de transacties zoals deze bedoeld is wordt weergegeven, ook al spreekt dit juridisch tegen. Bijvoorbeeld een leaseovereenkomst, waarbij op basis van de overeenkomst er sprake is van financial lease, terwijl de partijen operational voor ogen hadden op het moment van afsluiten van de overeenkomst.

Indien informatie strijdig is tussen de relevantie en betrouwbaarheid, dan dient er een afweging gemaakt te worden om de informatie wel of niet in de jaarrekening op te nemen. Er kan ook een tussenvorm worden gehanteerd, door de transactie die niet goed te schatten is, niet op te nemen in de balans en winst- en verliesrekening maar wel in de toelichting te beschrijven. Op deze manier wordt de relevantie en betrouwbaarheid beide in aanmerking genomen.

Auteur: Dirk Braam
Functie:
Opleiding:

Over mij

Dirk Braam

Assistent Accountant Master Accountancy

E-mail Dirk

Advies nodig of vragen?

0900 - 0706

5 van de 5 sterren (gebaseerd op 1 beoordeling)
Laat een beoordeling achter / Bekijk alle beoordelingen

Laat een beoordeling achter